Fiscaal en sociaal statuut van het Belgische professionele voetbal

© Photo News

De Pro League nam kennis van de berichtgeving in Het Nieuwsblad n.a.v het wetsvoorstel van parlementsleden van de sp.a dat de afschaffing van het huidige fiscale en sociale statuut voor professionele sportclubs beoogt.

Het is eerst en vooral betreurenswaardig dat een belangrijk en complex dossier zo populistisch benaderd wordt. De Pro League is allesbehalve "FC de Fiscale Kampioenen". Geenszins klopt ook de bewering: "Wij betalen het loon van Teodorczyk".

Het is cruciaal om in dit debat te benadrukken dat de huidige regeling geldt voor alle sportdisciplines. Een afschaffing van de huidige regeling zou dus niet enkel de competitiviteit van de clubs uit de Pro League raken, de afschaffing van deze regeling zou ook negatieve gevolgen met zich meebrengen voor de gehele topsport in België, in alle disciplines.

In de huidige context is het nuttig om nog eens de inleiding en motivatie van het wetsvoorstel van 4 december 2006 er bij te nemen. Dit wetsvoorstel tekende de krijtlijnen uit voor de huidige regeling. De auteurs van het toenmalig voorstel gaven toen volgende argumenten aan als pleidooi voor een hernieuwde regeling:
- de toename in ons land van de categorie "buitenlandse en niet-inwonende sportbeoefenaars" belast tegen 18% en de uittocht van Belgische sporters naar de vier grensstaten van België om onder een gunstiger fiscaal regime te vallen.
- de korte loopbaan van topsporters maakt het noodzakelijk dat ze over de door hun verworven middelen kunnen beschikken om zich te verzekeren van een vlotte omschakeling richting een nieuw professioneel bestaan. 
- de financiële moeilijkheden die de clubs ondervinden bij het vervullen van hun opleidingsfunctie voor jonge sportbeoefenaars.

De vraag is niet of de situatie in België gunstiger is dan in het buitenland. Ook buiten onze grenzen bestaan immers specifieke regelingen en afwijkingen die topsport begunstigen, om dan nog niet te spreken over de enorme bedragen inzake TV-gelden, die onze clubs sowieso reeds zwaar onder druk zetten op het internationale toneel.

Indien de discussie vanuit het sportieve standpunt wordt bekeken, kan men er niet om heen dat sinds de huidige, door sommige gecontesteerde, regeling van kracht is, de professionele voetbalclubs hun verantwoordelijkheid namen. Nooit lagen de investeringen voor de opleiding en omkadering van jeugdspelers hoger dan vandaag, niet alleen bij de clubs uit de top 5 van onze competities, maar bij alle clubs uit het professionele voetbal. Met die investeringen werd beantwoord aan de vraag en verwachtingen van de toenmalige politieke wereld (oprichting van jeugdacademies en infrastructuur voor jeugdopleiding, arbeidsovereenkomsten voor gediplomeerde jeugdcoaches, arbeidsovereenkomsten als betaalde sportbeoefenaar voor jonge, talentvolle spelers, begeleiding van schoolgaande jeugdspelers, enz ...).

Onder de huidige sociale en fiscale regeling zijn onze Belgische clubs in de UEFA-ranking vandaag tot de 9de plaats opgeklommen. In 2017 erkende FIFA de jeugdopleidingen van onze professionele clubs met het kwaliteitslabel "categorie 1" ( promotie uit categorie 2). Slechts 6 andere landen in de wereld behoren met hun jeugdopleidingen tot deze categorie. Zowel politici als journalisten die vorige maand nog maar (terecht!) genoten van het uitzonderlijke parcours van onze Rode Duivels, geven we graag een overzicht van enkele Rode Duivels die bij onze clubs werden gevormd, dankzij de investeringen van deze clubs in hun jeugdopleiding: Kompany, Dedoncker, Januzaj, Tielemans en Lukaku (RSC Anderlecht), Batshuayi, Fellaini, Witsel en Chadli (Standard de Liège), Courtois, de Bruyne en Carrasco (KRC Genk), Meunier (Club Brugge), Mignolet (STVV), etc ... Aan ons samen om te beslissen of België ook in de toekomst door de wereld gezien kan worden als dat kleine land met grootse sportieve prestaties.

Indien we de discussie vanuit een socio-economisch perspectief bekijken, toont het onafhankelijke rapport van Deloitte van juni laatstleden de fragiele economische situatie van Belgische clubs aan (de continuïteit van onze clubs wordt hoofdzakelijk verzekerd door de gegenereerde meerwaarde op transfers van spelers uit onze competitie naar het buitenland). Een wijziging van het huidige regime zou daarom voor de ganse sector van het professionele voetbal en alle betrokken professionele sectoren een groot risico inhouden.

Deze studie liet echter ook toe om de sociaal-economische meerwaarde van het professionele voetbal met cijfers te staven. Zo toont deze aan dat voor het seizoen 2016-2017 de Pro League clubs volgende impact leverden:
- Bijdrage van 669 miljoen euro bruto toegevoegde waarde aan de economie.
- Creatie van 3.239 jobs
- Rechtstreekse bijdrage van 67,3 miljoen euro aan belastingen
- Omkadering van 11.000 jeugdspelers 
- Organisatie van 298 sociale projecten voor 54.781 deelnemers

Mocht de huidige wetgeving herzien worden, dan is een groot deel van deze gecreëerde meerwaarde niet langer aan te houden in de toekomst.

Onze sector kent geen delocalisatie. Elke werknemer is bovendien onderworpen aan de Belgische fiscaliteit. Bovendien worden bij vele clubs de bedrijfswinsten van voorbije seizoenen niet uitgekeerd in dividenden, maar worden deze in de clubs geïnvesteerd om de uitbouw te verzekeren. We willen ook benadrukken dat, vanwege de bijzonder strenge regelgeving van de licentiecommissie, de Pro League-clubs geen schulden hebben bij de belastingdienst, de RSZ of de gemeenten. Hoewel de bijdragen aan de sociale zekerheid voor professionele sportbeoefenaars inderdaad geplafonneerd zijn, is dit niet het geval voor de sociale bijdragen van de overige werknemers van professionele clubs. Bovendien zijn het de professionele clubs zelf die instaan voor de essentiële componenten van de sociale bescherming van hun spelers (dekking van het salaris tijdens de maanden van arbeidsongeschiktheid, groepsverzekering om de reconversie aan het einde van de loopbaan te verzekeren, enz ...).

Het is reeds lang dat de Pro League haar bezorgdheid uit over de moeilijkheden om jeugdspelers tot het einde van hun opleiding bij onze clubs te houden. Wim Lagae (KUL) benadrukt dat deze situatie niet makkelijk gewijzigd kan worden, zolang het voor clubs uit grote Europese competities mogelijk blijft om zonder beperkingen de beste buitenlandse spelers aan te werven. De Pro League zet hard in bij internationale voetbalautoriteiten om de geldende regelgeving op cruciale punten aan te passen in dit kader. Zonder bij de pakken te blijven zitten, nam zij de voorbije maanden verschillende maatregelen om op middellange termijn deze tendens om te buigen:
- De mogelijkheid om de beste jongeren vanaf 15 jaar een arbeidsovereenkomst aan te bieden
- Verdeling van een deel van de TV-rechten ten voordele van de clubs die in België opgeleide spelers opstellen in de competitie
- Aanpassing van de regels betreffende het minimumaantal spelers op het wedstrijdblad die in België opgeleid zijn
- Realisatie van een betere post-formatie door de integratie van U21-teams in de amateurreeksen.

De Pro League betreurt dat de vraag om afschaffing van het huidige statuut door sommigen ingegeven lijkt te zijn door een vertekend beeld van de huidige omstandigheden. Gezien de initiatieven die onze sector de voorbije jaren nam en de daaropvolgende resultaten en gezien de uitdagingen waar wij voor staan om onze competitiviteit op het nationale en Europese toneel te blijven bestendigen, vragen wij daarom aan het beleid de handhaving van de huidige regeling. Een wijziging van de wetgeving zal immers leiden tot een verarming van ons land, op sportief, cultureel, sociaal en zelfs financieel vlak.

Marc Coucke - Voorzitter Pro League
Pierre François - CEO Pro League

  • EA Sports
  • Konami
  • Bwin
  • Eleven Sports
  • Jupiler
  • Panini
  • OSM
  • Toro