Skip to main content
Hall of Fame

Genomineerd voor de Hall of Fame: Enzo Scifo, Siciliaanse elegantie op de Belgische velden

Sommige spelers winnen prijzen, anderen winnen harten. Enzo Scifo groeide uit tot een van de grootste talenten die ons land ooit heeft voortgebracht. Van zijn debuut in het Astridpark tot zijn bekroning als beste jonge speler op het WK van 1986. Meer dan veertig jaar later is zijn naam nog altijd gegrift in het collectieve geheugen van de Belgische voetbalfan.

 

 

Een warme avond in augustus 1983. Tijdens een galawedstrijd tegen het grote FC Barcelona van Diego Maradona brengt Anderlecht-coach Paul Van Himst een jonge knaap van amper 17 jaar tussen de lijnen. De knaap in kwestie? Ene Enzo Scifo. Het begin van de carrière van een van de beste Belgen. Scifo zou ‘Pluisje’ drie jaar later nog eens tegenkomen in Mexico.

Le Petit Pelé du Tivoli

Enzo en zijn broer Pino leerden voetballen in de straten van het Henegouwse Haine-Saint-Paul met het asfalt van de Rue des Alouettes als grasmat. Een zevenjarige Scifo wilde zijn eerste voetbalpasjes zetten bij het lokale RAA Louviéroise. Het probleem? De minimumleeftijd was 8 jaar. Het bestuur kneep samen met papa Scifo een oogje dicht en paste zijn geboortedatum aan. De club kreeg een jaar later een boete waar de Belgische voetbalfans meer dan vijftig jaar later nog steeds dankbaar voor zijn. Het talent van de jonge tiener ging niet onopgemerkt voorbij. Zijn volgende halte? Brussel. Zijn bijnaam? Le Petit Pelé du Tivoli.

Koning van het Astridpark I

Flashforward naar de befaamde 10 augustus 1983. Onder goedkeurend oog van Diego Maradona introduceert de zeventienjarige Scifo zich in het profvoetbal. Met 33 wedstrijden in zijn debuutseizoen groeit zijn rol in het Astridpark zienderogen én staat hij in de UEFA Cup-finale van 1984. RSCA verliest nipt met strafschoppen van Tottenham.

Amper anderhalf jaar na zijn debuut bekroont België zijn nieuwe chouchou met de Gouden Schoen van 1985. Later dat seizoen verovert Scifo - nog altijd maar negentien jaar - zijn eerste titel met Paars-Wit. De eerste van drie titels op rij. België lijkt uitgespeeld. 

Enzo Scifo in de UEFA Cup-finale tegen Tottenham

Il nuovo Diavolo Rosso

In zijn eerste seizoen profvoetbal deed Scifo het Belgisch volk meteen dromen. Hoewel Scifo tot dan Italiaan was, moest hij koste wat kost mee naar het EK in Frankrijk in 1984. Een spoedprocedure neutraliseerde hem tot Belg en Scifo werd op zijn 18 jaar en 115 dagen de jongste speler ooit op een Europees kampioenschap. Een record dat pas 28 jaar later, in 2012, zou verbroken worden door de Nederlander Jetro Willems. Een voorbode voor wat Scifo nog zou presteren als Rode Duivel.

Mexico ‘86: schitteren op het wereldtoneel

In 1986 maakt de hele wereld kennis namelijk kennis met zijn Siciliaanse finesse. Op het WK in Mexico schrijven de Rode Duivels met een swingende Scifo geschiedenis door zich - heel verrassend - de vierde plaats toe te eigenen. België werd in de halve finale tegen Argentinië uitgeschakeld door twee doelpunten van… Diego Maradona. Le Petit Pelé du Tivoli scoorde in Mexico vier doelpunten en de dan nog altijd maar twintigjarige Henegouwer werd verkozen tot beste jonge speler van het toernooi.

De 20-jarige Scifo op het WK van 1986 in duel met Diego Maradona

Tijdens het wereldkampioenschap van 1990 in Italië, was Scifo weer dé man met een prachtig doelpunt tegen Uruguay en een fantastische wedstrijd in de achtste finale tegen Engeland. Het trauma dat David Platt ons bezorgd heeft, zullen we niet opnieuw oprakelen.  

In zijn veertien jaar als Rode Duivel trad Scifo toe tot een select clubje. Hij is samen met Jan Ceulemans de enige Belgische voetballer die aan vijf grote toernooien heeft deelgenomen (EK 1984 en WK in 1986, 1990, 1994, 1998).

Terug naar de roots

Scifos visitekaartje in Mexico bepaalde de rest van zijn carrière. Het jaar na het WK werd Scifo na 119 wedstrijden en 32 doelpunten voor Anderlecht in 1987 weggeplukt door Internazionale in zijn ‘thuisland’. 

Nadien volgden nog Franse passages bij Girondins de Bordeaux, Auxerre en AS Monaco. In het vorstendom leidde de maestro zijn club in 1997 naar de Franse titel. Scifo speelde in totaal 122 wedstrijden in alle competities op Franse bodem. Tussendoor mocht hij in 1993 de Italiaanse beker in de lucht steken als speler van Torino.

De koning komt thuis in het Astridpark

In 1997 keert de dan 31-jarige Enzo Scifo na tien jaar terug naar het oude nest, het Astridpark. In zijn drie laatste seizoenen wint hij zijn vierde en laatste titel met Anderlecht. In totaal speelde de 84-voudige international 249 officiële wedstrijden voor Paars-Wit, waarin hij 56 keer scoorde. 

In het seizoen 2000-2001 trok Scifo nog naar Sporting Charleroi, waar hij naast speler ook sportief directeur werd. Door blessureleed kwam er toen een einde aan zijn carrière.

De ontdekker van talenten

Momenteel is Scifo back to the roots als talentmanager bij RAAL La Louvière. Eerder was hij trainer bij Charleroi, Moeskroen, de Belgische U21 en Tubeke. Het is bij die laatste club waar hij begin jaren 2000 voor de opvolging zorgde. “Op een dag zag ik bij de U14 een kleine jongen de bal strelen zoals ik in mijn hele leven nog nooit gezien had… Echt een fenomeen.” Het kind in kwestie? Eden Hazard. Scifo zag in de voormalig dribbelkont een uniek talent en hij had gelijk. Hazard vervoegde Scifo in het rijtje van de beste Belgische voetballers ooit. Soort zoekt soort, ofzoiets? 

Scifo scoorde in zijn carrière liefst 121 doelpunten in 478 competitiewedstrijden. Met 84 interlands voor België, vier Belgische titels en een eeuwige plek in het geheugen van voetballiefhebbers, blijft Enzo Scifo een van de meest briljante figuren in de geschiedenis van ons vaderlandse voetbal. Hét toonbeeld van de nummer 10 in de jaren 80 en 90.

 

 

Erelijst Enzo Scifo

Club

  • Kampioen van België: 1985, 1986, 1987 & 2000
  • Belgische Supercup: 1985
  • Kampioen van Frankrijk: 1997
  • Coppa Italia: 1993

Individueel 

  • Gouden Schoen: 1984
  • FIFA World Cup Best Young Player: 1986